bioloog met krabben in de hand

Als dierenpark is het onze taak het publiek zo goed mogelijk te informeren over wat ‘goed’ of ‘slecht’ wordt geacht betreffende dieren. Een (huis)diertje loslaten in de natuur lijkt misschien een goede daad, maar kan serieuze gevolgen hebben voor het milieu. Naast de Chinese wolhandkrab, die al langer in onze gebieden voorkomt, komen er steeds meer invasieve exoten die hier niet thuishoren. Zo is de Europese rivierkreeft in Vlaanderen al uitgestorven en vind je in onze waterlopen alleen nog Turkse en verschillende Amerikaanse rivierkreeften. Ze verdringen soorten die wel een plaats hebben in ons ecosysteem en zorgen zo voor verarming van de biodiversiteit.

Chinese wolhandkrabben kwamen mee schepen die van haven naar haven varen en ballastwater opnemen en lossen om hun diepgang te bewaren. De uitheemse rivierkreeften zijn dan weer ontsnapt uit kwekerijen. De uitheemse kreeftsoorten zijn populair bij kwekerijen omdat ze sneller groeien en dus sneller verkocht kunnen worden aan vishandels. Maar niet alleen de Chinese wolhandkrab en uitheemse rivierkreeften zorgen voor problemen. Ook veel andere losgelaten aquariumdiertjes zijn een mogelijke pest voor de toekomst.

Figuur 1; Chinese wolhandkrab

Laat een dier uit gevangenschap dus niet zomaar los. Het dier kan vaak moeilijk overleven: denk maar aan het gevaar van de koude, ziektes of roofdieren. Als het dier wél overleeft is het soms nog véél erger want dan kan het  een invasieve soort worden. En deze krijg je nooit meer weg. Kijk maar naar wat er in Australië is misgegaan met konijnen, katten, fretten, stierkikkers tot zelfs dromedarissen. Door invasieve soorten zijn daar veel inheemse buideldieren gedoemd om uit te sterven. 

Gevangen wolhandkrabben worden dierenvoeder

Vaak krijgen we de invasieve soorten niet meer weg. Maar: in Grobbendonk zet de Vlaamse Milieu Maatschappij zich in om het kwetsbare stroomgebied van de Kleine Nete te behoeden voor een invasie van Chinese wolhandkrabben. De krabben brengen namelijk  vernieling aan door met duizenden tegelijk door de waterloop te kruipen en  planten los te woelen, af te scheuren of op te eten. Met een ingenieuze krabbenval worden de kleine krabbetjes gevangen wanneer die in het voorjaar stroomopwaarts migreren. In de Scheldemonding of in de Noordzee paaien de volwassen wolhandkrabben. Eens de jonge krabben groot genoeg zijn, starten ze hun reis naar de binnenwateren waar ze daarna in enkele jaren uitgroeien tot indrukwekkende handgrote krabben. De volwassen dieren trekken in het najaar weer terug naar zee om te paaien.  Telkens trappen ze massaal in de krabbenval. Hoe die val werkt, zie je op deze infografiek: 

Figuur 2; https://www.vmm.be/water/infografieken/infografiek-chinese-wolhandkrab.pdf
Figuur 3; de krabbenval in Grobbendonk

Nu we er toch mee ‘opgescheept’ zitten, kunnen we in een duurzame maatschappij beter zoeken naar manieren om hun ‘biomassa’ niet verloren te laten gaan. De dode krabben verwerken als afvalstof is zonde omdat alle voedingsstoffen die de krabben uit het ecosysteem ‘gestolen’ hebben, dan worden afgevoerd. En dat terwijl er voor de voeding van dierentuindieren andere producten aangevoerd worden. Als iets lokaal aanwezig is én het kan lokaal aangewend worden als nuttige stof, dan kunnen we spreken van een ‘cradle to cradle’ systeem waarbij het ‘afvalproduct’ van de ene activiteit de grondstof wordt voor een lokale andere activiteit.

Figuur 4; jonge krabben in de val

Bij Pakawi Park leven heel wat dieren die wel een krabbetje lusten. Vooral de otters zullen van de krabben smullen. In het wild eten otters allerlei schaaldieren, weekdieren en ongewervelden die voor een dierenpark moeilijk te vinden of heel duur zijn. De Aziatische kleinklauwotters staan erom bekend snel nierstenen te ontwikkelen. De eiwitten in krabbenvlees zouden de nieren veel minder belasten omdat dat hun natuurlijk dieet is.

Figuur 5; de grootte van de krabbetjes maakt dat ook kleinere vogels ze nog kunnen eten

Maar niet alleen de otters hebben baat bij de krabbetjes. De stokstaartjes, kapucijnapen, doodshoofdaapjes, ibissen, zilverreigers, kwakken, koereigers, goliathreiger, hoornraaf, hamerkoppen, varanen, neusberen, stinkdieren, genetkatten en kleine katachtigen kunnen de krabben voorgeschoteld krijgen. Als we te veel krabbetjes hebben, dan zijn er altijd nog de beren. 

We testen nu of de dieren het goed verteren en laten de krabbetjes onderzoeken op zware metalen of andere giftige stoffen. Vervolgens bekijken we met de Vlaamse Milieu Maatschappij of een constante afname van de krabbetjes een optie is voor beide partijen. Ze worden wel eerst ingevroren zodat er zeker geen ontsnappingen mogelijk zijn.

Figuur 6; Voor de stokstaartjes zijn de krabben een goede verrijking. Ze moeten er flink op bijten om het vlees eruit te krijgen en dat is goed voor de tandjes en het natuurlijk gedrag.

In een wereld die steeds meer last heeft van de druk van de mensheid moeten we roeien met de riemen die we hebben en voordelen halen uit nadelen. Bedrijven, overheid en andere organisaties moeten openlijk samenwerken om bij iedere situatie de best mogelijke oplossing te bieden. Op die manier symboliseren wij als mens opnieuw zowel de kwetsbaarheid als de veerkracht van de natuur, waar ook wij als diersoort deel van uitmaken.


IN SAMENWERKING MET DE VLAAMSE MILIEU MAATSCHAPPIJ.
Wil je meer weten over de Vlaamse Milieumaatschappij? Bekijk dan via deze knoppen zeker eens hun website en sociale media pagina’s.